Terug naar de Pagina Historie

 

Lezers schrijven historie van het Spijkerkwartier


Deze pagina geeft reacties van lezers op de historie van het Spijkerkwartier


 

 

Overzicht
- Ton Gieling, verslag van een gesprek in de zomer van 2008 voor de Lommerd
- Theo van Hedel werkt voor het Amerikaanse leger, en deelt in 2006 herinneringen uit lang vervlogen tijden
- Pierre Eijgenraam deelt in 2007 herinneringen aan de teloorgang van de Oosterkerk aan de Rietgrachtsraat
- Jolanda Keesom schrijft ons in 2007 over een koetshuis aan een steeg achter de kerk aan de Steenstraat


 

^ top Jolanda Keesom
 

Arnhem, 5 april 2007

Het onderstaande verhaal over het koetshuis werd aan de redactie aangeboden na een kennismaking met de heer Ansems voor een gesprek over de mogelijkheden voor publiek gebruik van het tot dusver geblokkeerde pad langs de Martinuskerk, waar in theorie een mooiere bestemming voor mogelijk is dan het huidige gebruik. We bieden graag het verhaal aan de lezers aan. Van de redactie is ter oriëntatie een stukje kaart (1889) en een foto (eigen redactie, EB) bijgevoegd. Na bestudering hebben we gemeend ook een woord te wijden aan de auteur, mevrouw Jolanda Keesom, eveneens wijkbewoonster.

De auteur heeft in ieder geval "Een eeuw onder de dekmantel" van drs. A.G. Schulte gelezen, dat in 1975 is uitgegeven bij gelegenheid van het 100 jarig bestaan van de Martinuskerk aan de Steenstraat. En de Kadastrale Atlas van Gelderland (deel Arnhem) geraadpleegd. Inhoudelijk lijkt het verhaal vrij solide, soms wat kort door de bocht geformuleerd (o.a. de passage over de katholieke kerkenbouw).

De verborgen geschiedenis van een Arnhems koetshuis

Zolang de sporen niet al te grondig worden weggewist, zijn overal in de stad flarden van de geschiedenis te vinden. Volg zo’n spoor en het voert je zomaar eeuwen terug in de tijd. Dat is ook het geval bij nadere beschouwing van het binnenterrein naast de Sint Martinuskerk, tussen de Steenstraat en de Ir. Van Muijlwijkstraat. Daar staat sinds 1888 een koetshuis dat van alles vertelt over het verborgen verleden van Arnhem.

Jarenlang lag dit koetshuis verstopt achter een schutting, totdat de broers Hans en Niek Ansems, die er vanuit hun ASPECTS - pand aan de Ir. Van Muijlwijkstraat al diverse malen begerige blikken op hadden laten vallen, het eindelijk konden betrekken. Na een uitgebreide opknapbeurt springt het roestbruin geschilderde koethuis nu behoorlijk in het oog. Waar decennialang een houten schutting naast de Sint Martinuskerk het koetshuis aan het oog onttrok, staat nu een donkergroen hekwerk dat toegang geeft tot een lager gelegen binnenplaats, met resten van een bakstenen scheidingsmuur, een enorme esdoorn en een kleurrijke showroom voor lichtarmaturen. Het levert verbaasde blikken op en trekt bruidsparen op zoek naar een fotogenieke locatie. Hoe komt dit pand hier? Wie heeft het laten bouwen en waarom?


Van herberg tot handwerkzaak
In het Gemeente-archief, dat inmiddels is ondergebracht in het Gelders Archief aan de Markt, is op foto’s van de Steenstraat uit het begin van de 20e eeuw te zien dat er zwarte paarden met een koets uit de steeg naast de kerk komen. In die tijd was het pand aan de Steenstraat met de huidige nummers 9 en 11, naast de kerk, verdeeld in een winkel- en een woonlaag. Bekend is dat op Steenstraat nummer 9 voor de Tweede Wereldoorlog een gerenommeerde handwerkzaak zat met de naam ‘De Libelle.’ Van heinde en verre kwamen de dames daar inkopen doen. Er gaan verhalen over blauwbekkende koetsiers die ’s winters buiten moesten wachten totdat de dames hun keus hadden gemaakt. Voor hen was het koetshuis kennelijk niet bestemd. Maar voor wie dan wel?
In de Kadastrale Atlas van 1832 is het eigendom en de functie van de grond in Arnhem voor het eerst vastgelegd. Het koetshuis blijkt er nog niet op te staan en de kerk evenmin. Wel staat er een perceel op dat in gebruik is bij kastelein Jan Peter Florissen aan de Steenstraat als ‘huis met erf’. Daarnaast heeft hij van de gemeente een stuk in erfpacht waarop een stal staat. Op de kaart is te zien dat achter het huis aan de Steenstraat twee muren lopen waar iets tegenaan gebouwd is. Helaas heeft het Gelders Archief van dit gebied geen kastrale kaarten van latere datum. Navraag bij het Kadaster levert wel de bouwdatum van het koetshuis en de namen van de eigenaren op. Na de bouw van het koetshuis in 1888 moest een ambtenaar van het Kadaster langskomen om de nieuwe situatie vast te leggen. Uit zijn administratie blijkt ook dat het eigendom in die jaren snel wisselde. Als kastelein Florissen is overleden volgt een reeks vermoedelijke erfgenamen die niet meer in Arnhem maar voornamelijk in Amsterdam wonen. Dat klopt met het verhaal van de familie Haikes die in 1942 naar Arnhem kwam en een winkel met woning huurde van een Amsterdamse familie, voordat die het pand en het koetshuis in de jaren vijftig uiteindelijk aan Haikes verkocht. Van de voorgeschiedenis waren toen een paar details bekend zoals de ingrijpende verbouwing die aan het eind van de negentiende eeuw moet hebben plaatsgevonden. Daarbij veranderde het pand aan de Steenstraat van ‘Herberg De Roskam’, met een groene waranda over de hele breedte van de voorgevel, in twee afzonderlijke winkels en woonhuizen. Een herberg; verklaart dat de aanwezigheid van een koetshuis?

Plaatsmaken voor de kerk
Op een kaart van rond 1850 is te zien dat er naast de toenmalige herberg, op de plek waar nu de kerk staat, een gebouw in de lengterichting van de Steenstraat stond. Dat klopt met de geschiedschrijving over de Sint Martinuskerk, want toen het kerkbestuur in 1860 de grond aankocht stond Lokatie koetshuis op een kaart van 1889daar voor de muur van de toenmalige begraafplaats een doorrijschuur van de weduwe Jas, de erfgename van Florissen, die op Steenstraat 4 woonde. Met de bouw van de kerk raakte de herberg een plaats voor de paarden en rijtuigen kwijt. Na de verbouwing van het pand aan de Steenstraat waarbij een gedeelte aan de achterkant gesloopt werd, kwam er ruimte op het erf vrij voor een flink koetshuis. Dat werd gedeeltelijk gebouwd op bestaande funderingen die geen rechte hoek met elkaar maken, wat verklaart waarom de muren niet parallel lopen.
De bouw van de katholieke kerk aan de Steenstraat is een verhaal apart. Die was bedoeld om de sterk groeiende Arnhemse bevolking een nieuwe kerk te geven toen de katholieken op basis van de Grondwet weer het recht kregen om kerken te bouwen. Door de aanleg van de spoorlijn en de sterke verstedelijking rond het midden van de negentiende eeuw was de omgeving van de Steenstraat en de Hommelseweg in hoog tempo volgebouwd, met voornamelijk kleine arbeiderswoningen. Op de plaats van de huidige Ir. Van Muijlwijkstraat lagen toen de Stroosteeg en de Korte en de Lange Uitweg. Daaraan hadden aan het begin van die eeuw nog boerderijen en weilanden gelegen. Omdat veel kerkgangers een heel wat eenvoudiger bestaan leidden dan die van de katholieke kerk in het centrum, kreeg de parochie al gauw de bijnaam ‘klompenparochie’.


Pruisen achter de muur
De Sint Martinuskerk is gebouwd op een begraafplaats die daar vanaf 1829 lag, toen het begraven binnen de stadsmuren verboden werd. De gemeente Arnhem had al veel eerder een begraafplaats buiten de toenmalige stad willen hebben omdat het kerkhof binnen de muren te vol werd. Dat stuitte eind achttiende eeuw op veel verzet bij de bevolking omdat alleen misdadigers in die tijd buiten de muren werden begraven.
Pas in 1821 werd de ommuurde tuin aan de Steenstraat gekocht voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats. Deze plek lag vlakbij de Velperpoort, indertijd een van de belangrijkste toegangen tot de stad die ongeveer op de plek van het huidige Musis Sacrum lag. Deze tuin was van een welgestelde Arnhemmer die er in ieder geval een gemetseld tuinhuisje in had. Die tuin had een roerige geschiedenis want in 1813 hadden Pruisische soldaten vanachter de tuinmuren de Fransen - die Arnhem toen bezetten - onder vuur genomen. Over een strategische plek gesproken. Of dit feit nu een rol speelde of niet, toen de begraafplaats in 1829 werd geopend was het begraven buiten de stadsmuren niet meer zo beladen. Misschien speelde daarbij ook mee dat in 1840 de stadsmuren werden afgebroken. Helaas was de begraafplaats toen eigenlijk alweer te vol en was de omgeving te dicht bevolkt aan het raken. In 1851 werd de nieuwe begraafplaats ‘Onder de Linden’ aan de Hommelseweg geopend, die in 1877 ook alweer moest worden gesloten. Sindsdien is Moscowa de belangrijkste Arnhemse begraafplaats.

De bloeitijd van de stalhouderijen
Wat heeft dit alles nu met het koetshuis tussen de Steenstraat en de Ir. Van Muijlwijkstraat te maken? De erfgenamen van herbergier Florissen hebben vermoedelijk weinig met het gebruik van het koetshuis te maken gehad. Duidelijk is dat bij de verbouwing van het pand aan de Steenstraat rekening is gehouden met een doorgang die breed genoeg was voor koetsen. Tegenwoordig is dat door een verbreding van de etalage aan die kant niet goed meer te zien. Waarschijnlijk hebben de erfgenamen Florissen het koetshuis van meet af aan verhuurd aan een stalhouderij uit de buurt. Het koetsiersbedrijf maakte in de tweede helft van de negentiende eeuw een grote bloei door. Op de eerste plaats kwam er steeds meer vraag Het koetshuis anno 2007, gezien vanaf de Ir. J.P. Van Muylwijkstraat.naar ritten voor trouwerijen en begrafenissen. Niet verwonderlijk gezien de steeds grotere afstand naar de begraafplaatsen. Ook werden in die tijd dagtochten over de Veluwe populair bij mensen uit het westen die na de aanleg van de spoorlijn steeds meer de natuur opzochten. In de Spoorweg- en Spijkerbuurt zaten verschillende koetsiersbedrijven, waarvan Matser en Boekhout de bekendste waren.
Boekhout was een van de laatste huurders van het koetshuis. Hij kwam uit een familie van veehandelaren en koetsiers. Nadat zijn stalhouderij op de hoek van de Spijkerlaan en de Prins Hendrikstraat in 1944 verwoest werd, startte hij na de oorlog in het koetshuis aan de Steenstraat zijn bedrijf weer op. Zijn zoon Jolderik die dit voorjaar even over was uit de Verenigde Staten, herinnert zich nog dat hij als jongetje van zes de paarden moest vasthouden op de binnenplaats. Eng vond hij dat. Binnen stonden toen koetsen en rijtuigen die zijn vader na de verwoesting van zijn bezittingen in de oorlog her en der in het land had opgekocht en had laten opknappen bij Veth op de Spijkerlaan. In het koetshuis verkleedden de koetsiers zich al naar gelang de gelegenheid en werden de paarden op kleur ingezet.


Ook het koetshuis was niet ongeschonden door de oorlog gekomen. Bij een bombardement in de Bloemstraat raakte het dak beschadigd. Terwijl in de Steenstraat en de Spijkerbuurt hele stukken straat in puin werden geschoten, bleef het winkelpand aan de Steenstraat wonderwel overeind. In 1953 vertrok de familie Boekhout naar Amerika en kwam er een einde aan de stalhouderij. Hoewel Boekhout na de oorlog ook auto’s kocht en zijn bedrijf weer goed op poten kreeg, zag hij in Nederland geen toekomst meer voor zijn gezin. De koetsen raakten uit de mode, de begrafenisfondsen kochten hun eigen auto’s en van het toerisme moest hij het ook niet hebben in die tijd. Het koetshuis verdween vanaf dat moment uit het zicht. De kerk wierp er zijn zware schaduw over. De muur aan de kant van de Stroosteeg verdween en de Ir.Van Muijlwijkstraat werd aangelegd. Toen de familie Haikes in de jaren vijftig het pand met het koetshuis kocht, is het dak van het koetshuis vernieuwd. Sindsdien deed het dienst als opslag, onder andere voor decorstukken.
In 1965 werd aan de Ir. Van Muijlwijkstraat, achter de Martinuskerk, een modern winkelpand gebouwd. Vanaf de eerste etage biedt dat aan de achterkant een goed uitzicht op het toen nog grijs gestucte koetshuis. En daardoor liet iemand er op zekere dag zijn licht op schijnen.

Weet u wie er voor Boekhout gebruik maakte van het koetshuis? Laat het Hans Ansems weten op:026-4439451 of 026-4434985

Jolanda Keesom

 

^ top



Pierre Eijgenraam

 

De redactie ontving een brief over de Gereformeerde Oosterkerk

Arnhem, 26 februari 2007

.Beste redactie,

Op jullie prachtige website -hulde!- las ik de interessante artikelen -opnieuw hulde!- van Joep Mannaerts.
Ik heb ze met veel plezier gelezen, maar wilde graag een kleine opmerking doorgeven. Ik las dat de artikelen in bewerking zijn, dus wie
weet komt mijn opmerking van pas.
Onder het kopje "geloof" wordt verteld dat de Gereformeerde Oosterkerk het eerste slachtoffer was van de toenemende ontkerkelijking. De
werkelijkheid is wat genuanceerder. De sluiting van deze kerk was het gevolg van een aantal factoren: in de jaren zestig waren twee grote
Gereformeerde kerkgebouwen verrezen in Presikhaaf (Bethaniëkerk, onlangs gesloopt) en aan de Rosendaalseweg t.o. park Angerenstein
(Opstandingskerk, nog steeds in gebruik). Deze beide kerken groeiden en bloeiden aan het begin van de 70er jaren. Het gevolg was wel dat een deel van het "voedingsgebied" voor de Oosterkerk (het hele gebied ten Oosten van de binnenstad en het Spijkerkwartier) was weggevallen.
Daarbij kwam dat de binnenstad begon te vergrijzen en ontvolken. Ook was de Oosterkerk oud en in een slechte staat van onderhoud. Deze
factoren gezamenlijk hebben geleid tot het besluit om de kerk af te stoten. De ontkerkelijking is in de Gereformeerde kerken pas later,
eind jaren zeventig, begin jaren tachtig echt voelbaar geworden.
Iets dergelijks geldt volgens mij ook voor de Christelijke Gereformeerde kerk. Deze kerk is "verhuisd" naar Arnhem Zuid, heeft
daar samen met de Ned. Gereformeerde kerk een leegstaand kerkgebouw betrokken, m.i. groter dan het voormalige kerkgebouw aan de Parkstraat, en leidt nog altijd een bloeiend bestaan.
Toegegeven, het zijn slechts kanttekeningen bij het zeer lezenswaardige verhaal, maar ik dacht dat de schrijver misschien toch prijs zou
stellen op mijn reactie.

Met vriendelijke groet,
Pierre Eijgenraam
(predikant Opstandingskerk)

 

 


 

 
^ top
Theo van Hedel
 

Aan: info@spijkerkwartier.net
Onderwerp: Wonder full site

Not to long ago by coincidence I found your web site, about the “Spijker Kwartier in Arnhem, I tell you I was really surprised.

Let me tell you first who I am, My name is Theo van Hedel and my parents lived at the eerste wijkstraat number 9, I can’t remember when they lived there but I do remember the area after I have seen some of your old pictures, I do remember the school and also the Sportfondsenbad where myself and brother had to go each Friday to take a bath, because there was no shower in the house we lived.

The pictures I saw from the women and children are not really from the address eerste wijkstraat it looks to me it is the tweede wijkstraat.

My step father was the person who was named Joop Orth and for his profession he was collector of old stuff people want to get rid of, is still remember the Dutch word “Venter” , it was a great time to live in that area.

You might think why is this guy writing in English, now these days I live in the US, California almost for 28 years, and sometimes I visit the Netherlands. I hope to see more in the near future from the area I lived in, I hope you publish more old pictures, I wish I had some for you.

Keep up the good work

Theo van Hedel

-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: Van Hedel, Theo Mr., HN, AFSBn-EY S3 Planning [mailto:theo.m.vanhedel@us.army.mil]
Verzonden: woensdag 19 april 2006 14:42

   
   
   
 
^ top

Ton Gieling

  Verslag van een gesprek met Ton Gieling.
Door Egbert Bouwhuis - 24 december 2008

Ton Gieling (A.J.) woonde aan de Julianaweg 6a (6862 ZP) in Oosterbeek, en was bereikbaar voor een verder gesprek na onderstaande interview. Dat heeft geen vervolg gekregen. De redactie kreeg bericht van zijn overlijden op 10 juli 2010. Onderstaande is voor zijn nagedachtenis.

Vrijdag 11 juli 2008 zaten we gezellig op een bankje voor de Lommerd in de zon na het middaguur, met Rudolf Schaap, vrijwilliger in de Lommerd, die mee luisterde en soms een korte toelichting gaf. Ton was uit Oosterbeek gekomen om nog eens komen kijken in zijn oude buurtje. Het was er beter op geworden, zo vond hij. Maar, wie is Ton Gieling?

"Een fanatieke Arnhemmer". Zo noemt AJ Gieling zichzelf, hij is 86 en een 1/2 jaar oud. Ton - voor vrienden - is geboren in de Spijkerstraat op huisnummer 100. En van dat adres op is hij 3 jarige leeftijd omstreeks 1925 vertrokken om ergens anders te gaan wonen. Zijn vader had een winkel op nr. 100, “het Schortenhuis” aan de Spijkerstraat. Boven de winkel woonde een man die Erdhuizen heette, en die werkte als borstelmaker in ’s Heerenberg waar hij ook dagelijks met de fiets naar toe ging. Deze borstelmaker had een dochter Anneke en die was vriendinnetje van de kleine Ton.

Hij herinnert zich een koperen pomp in het souterrain en het toilet buiten waar je via een houten plank naar toe moest, naar een houten keet. Het huis werd verkocht, voor 6000 gulden. Vader was failliet gegaan met de winkel. Het gezin verhuisde naar een kleiner huis in Klarendal.
Op een dag was hij ziek geweest, hij had difterie en dat was besmettelijk. Er was voor hem een ambulance gekomen, in die dagen was dat een koets met een paard ervoor. Hij werd via de achterkant in de wagen gelegd en nog juist voordat die achterdeurtjes dicht gingen, zag hij de lantaarnopsteker die op dat moment de gaslantaarn aan stak. Het licht van de guirlande van de gaslantaarn bescheen.

Het liep allemaal goed af met de ziekte. Hij werd gebracht naar een noodziekenhuis, dat was een school op ’t Eusebiusplein waar deze zieke kinderen werden verzameld. Het was bij het Roermondsplein, vlakbij de Kleine Eusebiuskerk. Die school was later een internaat, onderdeel van een organisatie met twee gebouwen waarvan een meisjesinternaat en een jongensinternaat.

Op de hoek van de Spijkerstraat was stalhouderij Boekhout op de hoek met de Prins Hendrikstraat. Je had in die tijd ook nog een boevenwagen, een grote groene wagen getrokken door een paard. Als die wagen terugkwam van de stad sprong je als kind achterop die wagen, kon je mee liften.

De smid zat in de 2de Spijkerdwarsstraat, die was ook hoefsmid. Ja daar, en hij wijst naar de staldeuren tegenover ons. Dat kon je ruiken, een penetrante geur die fascineerde. Er was een balg en een open vuur. Ton herinnert zich het trekken aan de balg. Die rode ijzers tegen de hoeven. Dat beeld was als voor een kind verbijsterend. Hoe kon het paard zo kalm blijven? Een impressie van een smidse is gemaakt door een filmer uit de wijk Sacha Barraud, het staat op deze site van Vimeo: http://vimeo.com/29740635

Ton kwam daar al heel jong als 3 jarig kind bij die smid. En jawel, er gebeurde wel eens iets bijzonders. Het was met een spijker in slaan voor het vastzetten van het hoefijzer. De spijker was scheef gegaan in de hoef van het paard, en dat leide tot steigeren in de smidse. Met een stok met een touw werd het paard in bedwang gebracht en de spijker er weer uit getrokken. Heel bijzonder daarbij: het touw om de lip van het paard hield het paard in bedwang. Op de bank voor de Lommerd was het even stil.

Maar gesprekspauzes zijn niet zijn favoriet bij Ton, hij verteld vurig verder, geïnspireerd door zijn eigen verhaal. Bij juffrouw Bas was een klein winkeltje, alles rook naar petroleum, er stond een drum met peterolie. Hij herinnert zich ook de man met het gele wagentje. Het klinkt wat ingewikkeld en ik ben verbaast over de aantekeningen: het lijkt haast een raadsel. "Als je pijpje drop vergaat dat staat in de volgende automaat". Juffrouw Bas over de bus, een pijpje, als je pompte (ik denk met dat gele wagentje, EB) dan kwam er peterolie uit. Het was een schat van een vrouw, je kreeg een dropje.

Tegenover de smid was bakker Windjes, daar kreeg je een hele zak oud brood voor een kwartje. De bakker had ook krentenbollen en achtjes – zo’n brood in de vorm van een 8. En kadetten ook. Bij Boekhout aan de muur hing het tuigwerk. De koetsen werden gepoetst en alles blonk mooi. De paarden stonden in de stal. Als kind – als het koud was – was je bij de schuine deksel, waar de paardemest in ging. Dat was lekker warm. Eindeloos was dat, al die paarden. Later in de oorlog werkte Ton bij de dierentuin van Burgers. Vanaf hier eindigde het gesprek en volgde de uitnodiging eens verder te komen praten. Dan kunnen we ook een wat meer gestructureerd gesprek voeren. Ook van Sonsbeke (Willen Karel van Loon) heeft in zijn boekwerkjes interviews met Ton Gielen gehad.

Er resten verder nog enkele losse aantekeningen:
- op Spijkerstraat 102 was een winkel met brood, melk en kaas. Slothouber, dat was een drukke en voorname kruidenier, een familiebedrijf;
- in de Kastanjelaan woonde op nr. 12 mw. Stolk die daar een pension had. Met de slag om Arnhem was Ton daar. Er was daar in die tijd ook een hond waarvan gezegd werd dat het de hond van Hitler was. De hond leefde nog drie weken en stierf daarna;
- een school met juffrouw Sol, een zwart hoedje op, lopend over de gracht, bij de Nieuwstad, dan links, onder de poort door bij de stallen van de Gele Rijders, daar was de school, de kleuterschool van Ton;
- tegenover het huis waar Rudolf Schaap nu woont was vroeger een zaak met biljartkeus, daar liepen vroeger twee grote witte honden. De biljartfabriek “de Rietebeek” verviel helaas in arren moede, er was geen steun beschikbaar om de zaak te redden.
Voor wat een keu is, zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Keu_(biljart)

* * *

   
   
 
^ top  
 

 



 

Terug naar de Pagina Historie